We mochten als eerste kennismaken met de nieuwe schaakclub in Tiel; mooi dat daar nu ook een vereniging is! Een nieuwe club wil niet zeggen dat er geen talent achter de borden zat: we verloren met 4-2.
Arie zakte direct door het ijs. Ik zag een mooie aanvalsvariant, rekende die goed door, zag toen een nog mooiere variant, maar zag over het hoofd dat ik daarmee (op zet 8!) een paard weggaf. Ik kon hier en daar nog wel wat grapjes verzinnen, maar Rob Wenink, mijn tegenstander, hield het hoofd koel en ik ging, in uiteindelijk hopeloze stand, door de klok.
Pieter speelde met zwart op bord 2 tegen Jack van Gils. Jack gaf aan dat hij al geruime tijd niet geschaakt had bij een vereniging, helaas merkte ik daar weinig van.
Hij kwam goed uit de startblokken en zette me in het middenspel onder druk,
waarbij hij twee pionnen van me had afgesnoept. In het eindspel zag ik echter een tactiek om remise te behouden, wat het uiteindelijk ook werd.
Kadir speelde tegen Geert van Tongeren, geen onbekende. Partij verliep gelijkwaardig, maar na het doorstaan van een Tielse storm kon ik uiteindelijk het punt voor Tornado pakken.
Thijs: Mijn tegenstander Keyur Pandya koos voor het damegambiet dat ik beantwoordde met het half-slavisch. Op zich een prima verdediging die, als zwart het tenminste goed speelt 🙁, prima tegenkansen biedt. Wit hield het initiatief en ik moest goed opletten dat de koning niet via de diagonalen in de vuurlinie kwam te liggen. Ik besloot daarop het centrum te blokkeren met de loper. Toen zwart een onnauwkeurigheid beging en de h-pion opspeelde, kon ik met de dame de vijandelijke stelling binnendringen en door eeuwig schaak remise forceren.
Ron: Na een rustige opening speelde ik te rustig en kwam zwart, Yarnick Zoetekouw, aardig in het voordeel. Het werd een laveerpartij waarbij ik weer in het spel kwam en was de stelling in evenwicht. Zwart rukte wel op met een vrijpion maar dat alles was houdbaar totdat ik op zet 29 gruwelijk misgreep. In plaats van Kf1 was Df2 goed voor remise. Na nog 4 zetten moest ik de eer aan de tegenstander laten.
Gijs: Bij de opening stond ik achter, maar in het middenspel waren er mogelijkheden waardoor ik terugkwam. Het uiteindelijke pionnenspel wist mijn tegenstander, Rob Koetsier, echter om te buigen in zijn voordeel.