Nadat in de SOS-competitie onlangs Waalkanters 2 met 3,5-2,5 naar huis werd gestuurd, moest ook Mook 2 de eer aan Tornado laten met dezelfde uitslag. Dat het goede resultaat niet zomaar kwam toewaaien, blijkt uit de persoonlijke verslagen van de Tornado spelers.
Wim Gielen – Bart Droge ½ – ½
Voor het eerst speelde ik op bord 1, met zwart. Mijn tegenstander opende verrassend met 1. f3 (Bird-opening), waarna ik koos voor de Franse verdediging. Al snel ontstond een dubbelpion die moeilijk te verdedigen was. Na twee pionnen achterstand wist ik het initiatief te pakken en met de dame te infiltreren. Met nog enkele minuten op de klok zag ik een kans op remise door zetherhaling. Gezien het verloop van de partij een prima resultaat.
Ron Noppen – Piet de Leeuw 0 – 1
Via een tactische opstelling belandde ik op bord 2. Na drie zetten van beide kanten was ik al op onbekend terrein (3. ….. – f5). Ik dacht dat Arie tegenover mij zat met één of ander gambiet. Ik heb de pion op f5 maar niet genomen en speelde mijn eigen spel.
Na 10 zetten stond de volgende stelling op het bord en geeft Fritz 19 +4,5 voor wit.
Ik was hier 11. e6 van plan, maar zag er om onduidelijke redenen ervan af. Stom!
Zwart zit in de problemen. Ik ging eerst door met verder ontwikkelen. Maar zag twee zetten laten een schaak over het hoofd met pionverlies (e5). Daarna was het achter de feiten aanhollen. En na 52 zetten gaf ik, enigszins gedesillusioneerd, op.
Byron Eekhout – Len Brands 0 – 1
Dit keer stond ik aan het derde bord oog in oog met een bekende tegenstander. Byron wist me vorig seizoen nog te verslaan tijdens de OSBO-cup. De motivatie voor revanche was dan ook groot.
De partij begon rustig met een 1. d4 opening. Na een aanvankelijk saaie fase waarin de stukken geleidelijk werden afgeruild, begon de stelling te kantelen. Byron lanceerde een aanval, die ik beantwoordde met een stukoffer. Hoewel dit offer achteraf niet perfect bleek te zijn, pakte Byron het verkeerd op, wat me de kans gaf om een vrije d-pion te creëren.
Deze pion bleek van doorslaggevende waarde. De kracht van de vrijpion was zo groot dat Byron een toren offerde om de opmars ervan te stuiten. Met een materieel voordeel van twee torens en een loper tegen de vijandelijke dame, wist ik de stelling goed uit te spelen en de winst te forceren. De overwinning en de behaalde revanche zorgden voor een grote ontlading, die nog groter werd toen bleek dat Rijk-Pieter het beslissende punt binnenhaalde voor de uiteindelijke teamoverwinning.
Rijk-Pieter Hofstede – Emiel Laurant 1 – 0
De derde ronde begon met een strategische zet van onze teamcaptain: ik werd geplaatst aan bord 4. Het was geen toeval, maar een berekende gok. De tegenstander zou naar verwachting aantreden met een tactische opstelling, en zo zou ik alsnog tegenover één van hun sterkste spelers komen te zitten.
De verrassing was groot toen bleek dat ze precies op rating aantraden. Huub Blom, hun vaste kracht, schitterde door afwezigheid. Ik kwam te spelen tegen Emiel Laurant, rating 1656. Op papier een eenvoudige prooi voor mijn 2107, maar schijn bedriegt vaak in het schaakspel.
De partij begon scherp. Met een pionoffer op e6 dwong ik zijn f-pion tot actie, waardoor zijn koning in een open veld kwam te staan. Aanvalslijnen openden zich als rivieren die uitmondden in een zee van mogelijkheden. Na zestien zetten stond ik nog steeds een pion achter, maar de stelling glansde met een voordeel van +2,5 tot +3,0. Het was alsof ik een storm aan het opbouwen was, langzaam maar onafwendbaar.
Op zet 26 won ik mijn pion terug en hield een stelling van +4,0 over. Emiel probeerde tegenspel te forceren, maar dat bleek het begin van zijn ondergang. Het voordeel schoot omhoog: +8,5, daarna zelfs +9,5. Toch maakte ik het niet meteen uit. Een week van ziekte en snotterigheid had mijn scherpte aangetast. De beslissende klap bleef uit, en zo speelde ik het koelbloedig uit in nog tien onnodige zetten.
Het was geen perfecte overwinning, maar wel een leerzame. Soms is het niet de rating, niet de opening, maar de menselijke factor die bepaalt hoe snel een partij beslist wordt. En toch, bord 4 leverde het volle punt op – een stille triomf in een strijd die langer duurde dan nodig was.
Michel Schobben – Huub Kurstjens 1 – 0
Teamleider Thijs vroeg mij of ik kon invallen. Ik had al een hele tijd geen externe wedstrijden meer gespeeld, dus het risico was bekend. Het werd, als liefhebber van Italië, een variant van het Siciliaans. Mijn pionnen drukten op zijn damevleugel, zijn pionnen op mijn koningsvleugel. Ik moest alle zeilen bijzetten, maar na een afruil van verschillende stukken stond er een min of meer gelijkwaardige stand op het bord. Mijn remisevoorstel werd echter niet geaccepteerd met als gevolg dat ik een zet later een fout maakte en de tegenstander er met het punt vandoor ging. Gelukkig betekende mijn nederlaag niet de nederlaag van het hele team.
Pieter van Dijk – Twan Verhofstad 1 – 0
Op bord 6 mocht ik invallen met de witte stukken om onze vereniging te verdedigen. Wat een partij werd het deze avond!! Een torenoffer van Twan bracht mijn stelling dusdanig in onbalans dat ik de bui al zag hangen. Nog net kon ik de verdediging houden door mijn dame te betrekken aan de koningszijde. Twan sloeg met de dame de pion op f3 hetgeen erg gevaarlijk leek daar zijn paard een fijne positie had aan de koningszijde, maar met de toren kon ik dit houden.
Mijn hart was hier al lang op hol geslagen en de spanning was te snijden. Nog steeds stonden mijn stukken niet goed. De omslag zat uiteindelijk in een grote afruil, waarna ik met twee torens tegen een paard en toren de overhand had.
Na schaak op de achterste linie hield mijn tegenstander het voor gezien en sportief feliciteerde hij mij.
Tornado staat door deze uitstekende resultaten op 4 punten uit drie wedstrijden. Alle reden om heerlijk te gaan (na)genieten met de feestdagen!
Op 22 januari in het nieuwe jaar wacht ons dan de uitwedstrijd tegen Koningswaal uit Beuningen waarbij we, gelet op het vorige seizoen, nog iets goed te maken hebben.
